“Is EV-laden echt goedkoper? Twee slimme beleidsmaatregelen om de kosten onder controle te houden”
De uitdaging
Laten we het hebben over de kosten van het opladen van elektrische voertuigen (EV's) - die kunnen verrassend onvoorspelbaar zijn. Hoewel elektrische auto's vaak worden aangeprezen als goedkoper in gebruik dan traditionele brandstofauto's, is dat niet altijd het geval. Dit is waarom:
Een auto verbruikt doorgaans ongeveer 15-20 kWh per 100 km. Als je €0,55 per kWh betaalt om op te laden, dan is dat €7,50 – €12,50 per 100 km. Afhankelijk van waar en hoe je oplaadt – en ja, hoe 'zwaar' je voet is – kan het de kosten van het tanken van een benzine- of dieselauto evenaren of zelfs overtreffen.
Dus, wat veroorzaakt deze grote kostenverschillen?
- Lage kosten: Thuis opladen is je beste optie, vooral met zonnepanelen of dynamische tarieven. Denk aan €0,10 tot €0,30 per kWh.
- Gemiddelde kosten: Openbare langzame laders kosten over het algemeen ongeveer €0,50-€0,60 per kWh.
- Hoge Kosten: Snelladers zijn handig, maar duur, vaak €0,70-€0,80 per kWh. Tel daar kosten bij op voor bijvoorbeeld te lang aangesloten blijven, en je totale kosten kunnen flink oplopen.
Voor bedrijven is het een evenwichtsoefening
Werknemers onbeperkte laadvrijheid bieden kan leiden tot torenhoge rekeningen. Maar ze te veel beperken? Dat is ook niet goed – stel je voor dat een werknemer strandt omdat hij of zij geen snellader mocht gebruiken.
Waarom veel huidige aanpakken de plank misslaan
Ik heb behoorlijk frustrerende verhalen gehoord van werknemers bij grote bedrijven:
- Te vaak een snellader gebruiken? Dan krijg je een waarschuwing.
- In het buitenland laden? Nog een waarschuwing.
- De limieten overschrijden? Kosten kunnen van je loon worden afgetrokken – als iemand eraan denkt om het te verwerken.
Deze starre regels irriteren werknemers vaak, zorgen voor administratieve rompslomp en stimuleren geen slimmere laadgewoonten. Er moet toch een betere manier zijn?
Slimmere beleidsregels bieden uitkomst
Met de juiste mobiliteitsbeleidsregels kunnen bedrijven kosten beheren, terwijl ze werknemers helpen betere laadbeslissingen te nemen. Hier zijn twee aanpakken die ik heel goed heb zien werken:
1. Bied een Mobiliteitsbudget aan
Geef werknemers een budget om hun EV-laadkosten en andere woon-werkverkeerkosten te dekken. Zij kunnen zelf beslissen hoe ze het gebruiken:
- Thuis, onderweg of op kantoor laden.
- Een thuislader installeren.
- Gebruikmaken van openbaar vervoer, zoals treinkaartjes of fietsvergoedingen.
Dit geeft hen de controle. Af en toe een snellader gebruiken? Geen probleem – zolang het grootste deel van hun laadbeurten kosteneffectief is. Degenen met toegang tot thuis laden kunnen het budget gebruiken om een laadstation te installeren, terwijl anderen kunnen kiezen voor openbare langzame laders of andere betaalbare opties.
2. Breng extra gebruik in rekening via de salarisadministratie
In plaats van dure laadopties te verbieden, stel redelijke limieten in en laat werknemers betalen voor alles daarboven. Bijvoorbeeld:
- Sta een bepaald aantal snellaadbeurten per jaar toe; breng het extra gebruik in rekening.
- Dek de kosten voor thuis laden, maar factureer internationaal laden apart.
- Betaal tot een bepaald tarief (bijv. €0,40/kWh), waarbij de werknemer alles daarboven betaalt.
- Reken rotatiekosten boven de €5 door aan de werknemer.
Deze extra kosten kunnen via de salarisadministratie worden ingehouden of worden geïntegreerd in flexibele voordelen (bijv. 13e maand). Het is eenvoudig, eerlijk en zorgt ervoor dat werknemers hun EV kunnen opladen waar ze maar willen, zonder dat het bedrijf elke cent betaalt.
Roeland Vanrenterghem, CEO Vaigo | Expert Mobiliteitsbeleid
Met jarenlange ervaring in bedrijfsmobiliteit heeft Roeland honderden beleidsregels gezien en geanalyseerd die het woon-werkverkeer van werknemers beïnvloeden. Als CEO van Vaigo helpt hij grote bedrijven deze mobiliteitsbeleidsregels te vereenvoudigen en te beheren, waardoor duurzame keuzes moeiteloos worden voor zowel HR-teams als werknemers.